Magazine

De moderne middenschool in de praktijk

Artikel

De moderne middenschool in de praktijk

Eerlijke kansen voor alle kinderen, dat is het uitgangspunt van de onderwijsplannen van GroenLinks. Dat de kansen nog niet eerlijk zijn verdeeld, blijkt uit het feit dat kinderen van laagopgeleide ouders op dit moment gemiddeld een lager schooladvies krijgen dan de eindtoets van de basisschool aangeeft. Bij kinderen van hoogopgeleide ouders is dit juist andersom. Door het invoeren van een moderne middenschool krijgen kinderen langer de kans zich te ontwikkelen en dus om erachter te komen welk niveau het beste bij ze past. GroenLinks Magazine vraagt een aantal ervaringsdeskundigen hoe ze denken over dit plan.

Door Patrick Rijke

Annemiek Lucassen is docente geschiedenis en counselor op het Markenhage College in Breda, waar ze werken met gemengde brugklassen. De latere keuze voor een opleidingsniveau spreekt haar aan. “Leerlingen worden tegenwoordig te snel op een bepaald spoor gezet. Dat komt vooral door de druk van de overheid om leerlingen niet een niveau hoger te laten proberen, als dat betekent dat ze er wat langer over gaan doen. Je wordt dan door de Onderwijsinspectie afgerekend op je doorstroomgegevens. Scholen worden door dat beleid steeds verkrampter. Die doen alleen nog maar wat de Inspectie wil in plaats van wat de kinderen nodig hebben. Op onze school zitten ook arbeiderskinderen, daar zitten veel laatbloeiers tussen. Die kinderen moet je er gewoon wat langer over laten doen.”

Moderne middenschool

Een moderne middenschool heeft een tweejarige brugperiode waarin kinderen van minimaal twee verschillende niveaus bij elkaar in de klas zitten. Nu worden kinderen op de meeste scholen in homogene niveauklassen geplaatst. Enkele scholen kennen zogeheten dakpanklassen, brede brugklassen waarin twee of drie niveaus worden gecombineerd. Het aantal leerlingen dat in zo'n brede brugklas zit, is in de afgelopen tien jaar met 26% gedaald.
In de plannen van GroenLinks krijgt ieder kind recht op een plek in zo'n bredere brugklas. Scholen krijgen daar extra geld voor.

Opstromen

Het Tabor College in Hoorn is een van de vele scholen die juist gestopt zijn met brede brugklassen. Marijke van Bakel geeft er aardrijkskunde en CKV. “Wij hadden brugklassen waar leerlingen van het vmbo tot en met het gymnasium bij elkaar in de klas zaten. Pas in het tweede jaar werden ze naar niveau ingedeeld. Aardig wat kinderen bereikten een hoger niveau dan het advies van de basisschool aangaf, soms stroomden ze zelfs op van de mavo naar het vwo. Het omgekeerde kwam overigens ook voor.”

Of het lastiger is om op te stromen nu het Tabor College is afgestapt van de brede brugklassen, durft Van Bakel nog niet te zeggen. “Het is te vroeg om dat te concluderen. Dat houden we in de gaten. We blijven kinderen de kans geven om het op een hoger niveau te proberen. Het is ongelooflijk dat er landelijk zoveel kinderen, vooral van allochtone afkomst, op een lager niveau terechtkomen bij een gelijke Cito-score.”

Meer geld voor onderwijs
GroenLinks trekt veel geld uit voor beter onderwijs. Leerlingen horen gelijke kansen te krijgen en hun docenten horen jongeren optimaal te onderwijzen en te inspireren. In de plannen uit het verkiezingsprogramma van GroenLinks krijgen docenten meer tijd en ruimte om leerlingen de aandacht te bieden die ze nodig hebben. Er komen meer leraren bij en zij hoeven gemiddeld minder lesuren te geven, zodat tijd vrijkomt voor bijvoorbeeld de voorbereiding van lessen en de begeleiding van leerlingen.

Kleinere klassen

Lesgeven aan gemengde klassen met kinderen van verschillende niveaus vraagt veel van een docent, weet Van Bakel. “Differentiëren binnen de groep is ontzettend lastig in klassen van dertig leerlingen. Kinderen die extra aandacht nodig hebben, kun je die aandacht niet geven. Leerlingen die juist meer aankunnen, kun je niet extra uitdagen.” De moderne middenschool vraagt om kleinere klassen en andere voorzieningen, vindt de docente. “Je moet geen dertig leerlingen in een theorielokaal stoppen, maar ruimte hebben om in groepjes te werken. Je moet individueel beoordelen op welk niveau leerlingen een bepaald vak volgen.” In haar ogen is het idee van brugklassen op twee niveaus cognitief gezien goed te doen. “Leerlingen van twee verschillende niveaus kunnen prima samenwerken bij maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ook voor mijn vak CKV zie ik kansen. En waarom leren we alle kinderen geen praktische vaardigheden, zoals het invullen van een belastingformulier? Dat moeten ze uiteindelijk later allemaal.” Lucassen beaamt dat. “In de onderbouw kun je prima thema’s aan de orde stellen die voor alle leerlingen relevant zijn. Natuurlijk moet je dan wel differentiëren in je lesprogramma en de toetsen. Dat levert docenten extra werk op.” De grote kanttekening die Lucassen dan ook plaatst is de werkdruk. “Het lesgeven in heterogene klassen vraagt veel van docenten. En de werkdruk is nu al te hoog.”

Eigen kringetje

Een moderne middenschool maakt het voor leerlingen makkelijker op te stromen. Daarnaast heeft het een tweede voordeel. Leerlingen komen ook in aanraking met kinderen uit andere sociale klassen. En die sociale menging is volgens Van Bakel wenselijk. “Op onze school is het gelukkig niet zo dat leerlingen van verschillende niveaus elkaar niet meer tegenkomen. Alleen al door samen naar school te fietsen vanuit de dorpen rondom Hoorn blijft er onderling contact. Ik realiseer me dat ik zelf als vwo-leerling in Rotterdam nooit meer contact had met mavo-leerlingen. Je gaat eigenlijk vanzelf in je eigen kringetje leven. Door de uitzending van het televisieprogramma Radar op 19 december vorig jaar met een moeder met een vmbo- en een vwo-kind ben ik me daar bewust van geworden.”

Jop van Galen heeft aan het eind van de vorige eeuw op de Open Schoolgemeenschap Bijlmermeer (OSB) gezeten. De school kende een tweejarige brede brugperiode, waarin leerlingen van vmbo tot en met vwo bij elkaar in de klas zaten. Voor zijn ouders was het een bewuste keus om hem hier naartoe te laten gaan. Zelf kijkt hij er, zeker achteraf, positief op terug. “Ik heb veel aan die brede onderbouw gehad. In de eerste plaats op sociaal-cultureel vlak. Als ik naar een lyceum in mijn eigen spierwitte, hoogopgeleide buurt was gegaan, was ik niet zo breed in aanraking gekomen met jongeren uit andere culturen en inkomensklassen. Ik denk dat het goed is geweest voor mijn sociale, culturele en maatschappelijke ontwikkeling.”

Tiener College
Een bijzondere vorm van de moderne middenschool is er in Gorinchem: het Tiener College. De leerlingen volgen er onderwijs van groep één van de basisschool tot en met de tweede klas van het voortgezet onderwijs, waarbij de groepen zeven en acht en de eerste en tweede klas het eigenlijke Tiener College vormen. De definitieve schoolkeuze vindt daarna plaats. Hiermee verschuift de selectie naar veertienjarige leeftijd, precies zoals in het plan voor een moderne middenschool. Omdat het Tiener College leerlingen van de groepen zeven en acht en van de eerste en tweede klas omvat, werken leerkrachten uit het basis- en het voortgezet onderwijs gedurende vier jaar intensief samen.

Deel dit artikel