Magazine

Hoera, ik woon in een regenboogstad!?

Artikel

Hoera, ik woon in een regenboogstad!?

Op de jaarlijkse Kom-uit-de-kast-dag in oktober ontdekte ik iets leuks: ik woon in een regenboogstad! Dit bleek tijdens de feestelijke onthulling van een regenboogzebrapad. Nadat de feestvreugde was weggezakt, vroeg ik me af: wat heb ik er eigenlijk aan om in een regenboogstad te wonen? En wat verwacht ik als biseksuele vrouw van mijn gemeente op het gebied van de emancipatie van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT)?

Door Marjolein van Rijn

De laatste tijd schieten de regenboogzebrapaden door het hele land als paddenstoelen uit de grond. Meestal gaat de aanleg van zo’n regenboogzebrapad gepaard met flink wat positieve publiciteit, omdat iedereen er enthousiast over is en zo laat zien LHBT’ers te accepteren of een steun in de rug te willen geven. Maar er is ook negatieve publiciteit als wat minder ruimdenkenden het regenboogzebrapad bekliederen, zoals in Leiden en Emmeloord gebeurde. Juist die negatieve berichten tonen aan dat er nog een lange weg te gaan is voordat LHBT’ers volledig geaccepteerd zijn in de Nederlandse samenleving. Ook uit de statistieken blijkt dat LHBT’ers vaker negatieve reacties en zelfs geweld ervaren dan hetero’s. Werk aan de winkel dus voor de regenboogsteden.  
 

Meer dan alleen een regenboogzebrapad

Inmiddels zijn er 45 regenboogsteden. Het is een initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, overheden worden ondersteund via kennisinstituut Movisie. “Deze steden hebben met elkaar afgesproken dat ze de sociale acceptatie en de eigen weerbaarheid en veiligheid van LHBT’ers willen vergroten’, vertelt Juul van Hoof, programmaleider LHBT bij Movisie. “Daarvoor krijgen de regenboogsteden ondersteuning van ons, een beetje geld van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ze moeten zelf wat budget bijleggen en er een verantwoordelijke ambtenaar voor aanwijzen.” Maar wat doet een regenboogstad om de LHBT-acceptatie te bevorderen? Is het meer dan alleen het hijsen van een regenboogvlag en het aanleggen van een regenboogzebrapad? “Jazeker”, aldus Van Hoof. “Veel gemeenten richten zich op jongeren, bijvoorbeeld door scholen in hun gemeente een ‘menukaart’ aan te bieden waarop ze kunnen kiezen uit toneelvoorstellingen of lespakketten over het onderwerp. Ook is er aandacht voor ouderen, omdat blijkt dat veel ouderen weer 'de kast in' gaan zodra ze in een verzorgingshuis terechtkomen. Zo is er de Roze Loper, een keurmerk voor verzorgingshuizen die zich inspannen voor LHBT-acceptatie in hun instelling. De gemeente Oss bijvoorbeeld stimuleert dat de instellingen in de gemeente zich aansluiten bij de Roze Loper en heeft daarvoor een coördinator aangesteld.”

Ook zichtbaarheid is volgens Van Hoof belangrijk. “Een goed voorbeeld is de gemeente Amsterdam, die op haar webpagina over trouwen een foto van twee vrouwen heeft staan. De gemeente Utrecht heeft baliemedewerkers een extra training over de omgang met transgenders gegeven, zodat ze weten hoe ze moeten reageren als een transgender aan de balie komt om een geslachtsverandering door te geven.”
 

Woorden en daden

Nieuwsgierig naar meer concrete voorbeelden bezoek ik de websites van de verschillende regenboogsteden. En inderdaad, bij Oss kom ik al snel bij de Roze Loper terecht en bij Amsterdam en Utrecht vind ik paginalange documenten vol concrete activiteiten. Omdat Utrecht de stad is waar het eerste regenboogzebrapad van Europa is aangelegd, vraag ik initiatiefnemer Pepijn Zwanenberg, gemeenteraadslid voor GroenLinks in de stad, wat het nut is van een regenboogzebrapad. “Je laat zien dat iedereen welkom is”, legt Zwanenberg uit. “Het past goed bij Utrecht, juist omdat de stad zo’n goed diversiteitsbeleid heeft. Een regenboogzebrapad alleen heeft weinig waarde. Je moet in woorden én daden tonen dat je diversiteit normaal vindt. Zo heeft Utrecht het Roze Stembusakkoord, steunt de gemeente belangengroepen en is er aandacht voor LHBT’ers in de sport. Persoonlijk vind ik het fijn dat ook het stadsbestuur laat zien dat wij als LHBT’ers onderdeel zijn van de stad, bijvoorbeeld door een voorwoord van de burgemeester in de krant van het Midzomergracht Festival.” Dit festival draait om seksuele diversiteit en genderdiversiteit.
 

Maak beleid en maak het zichtbaar

De rol van gemeenten in het vergroten van de LHBT-acceptatie is mij duidelijk. Bijvoorbeeld in het onderwijs, de ouderenzorg of in de sport kan de gemeente eraan bijdragen dat LHBT’ers zichzelf kunnen zijn. Daarnaast kunnen gemeenten zelf laten zien dat LHBT’ers erbij horen. Het zijn van een regenboogstad mag echter geen loze kreet zijn waarmee gemeenten pronken. Alleen symbolische acties zoals regenboogzebrapaden dragen niet veel bij aan de acceptatie. Als een gemeente meer doet, dan is het belangrijk dat ze dat ook zichtbaar maakt. Juist dat draagt eraan bij dat LHBT’ers zich gesteund voelen en trots kunnen zijn op zichzelf én hun gemeente.

Helaas is bij veel regenbooggemeenten, ook de mijne, op de website niets te vinden over het LHBT-beleid. Of er dan geen beleid is, of dat de gemeente het niet gepubliceerd heeft, weet je niet. Ik ga mijn gemeente daar in ieder geval vragen over stellen.

Check je gemeente

Benieuwd of jouw gemeente een regenboogstad is en wat het LHBT-beleid is? Bekijk dan de ‘Samenvatting LHBT-beleid’ van Movisie en vraag je gemeente wat ze doet voor LHBT’ers als je dat niet op de website kunt vinden.

 

Beleid diversiteit volgens GroenLinks

GroenLinks erkent diversiteit en wil emancipatie bevorderen. Het moderne gezin bestaat niet standaard uit een man, vrouw en kind. In onze samenleving mag je zijn wie je bent, ongeacht waar je vandaan komt, waar je in gelooft of van wie je houdt. Onze wetten moeten mensen gelijk behandelen en ongelijkheid bestrijden. Daartoe stelt GroenLinks enkele maatregelen voor, bijvoorbeeld rond het juridisch ouderschap en de sekseregistratie bij de burgerlijke stand.

Deel dit artikel