Magazine

De empathische samenleving bij de noodopvang: “We mogen trots zijn!”

Artikel

De empathische samenleving bij de noodopvang: “We mogen trots zijn!”

De noodopvang van vluchtelingen leidde in een aantal steden en dorpen tot veel protest. In andere plaatsen zijn de nieuwe inwoners met liefde ontvangen, zo ook in Lelystad. Een groep vrijwilligers, verenigd in het Burgerinitiatief Lelystad, heeft zich maandenlang met hart en ziel ingezet voor de bewoners in de noodopvang. Dit is een uitstekend voorbeeld van de empathische samenleving. Waar de overheid zich terugtrekt of steken laat vallen, vullen burgers het gat. Een aantal vrijwilligers uit Lelystad vertelt ons over hun motivatie. Het zijn verhalen over solidariteit, naastenliefde en gewoon: alledaagse empathie.

Door Marjolein van Rijn

Tavi Kurda (16), scholier en Lisanne Krikke (28), kinderpsycholoog

Wat hebben jullie gedaan voor de vluchtelingen?
Lisanne: “We organiseerden kinderactiviteiten. Elke zaterdagmiddag heb ik in de spelkamer in de noodopvang met de kinderen gespeeld en geknutseld. Op woensdagmiddag gingen we soms naar de speeltuin of een gymzaal.”

Wat was jullie motivatie?
Lisanne: “Ik wilde iets betekenen, iets kleins kan het verschil maken. Ik heb me opgegeven. Hoewel het aanvankelijk niet mijn bedoeling was, kwam ik al snel iedere week. Het was ontzettend leuk en dankbaar om te doen. Ik kreeg er energie van.”
Tavi: “Ik zag de beelden van Aylan, het aangespoelde jongetje, op het nieuws en voelde me zo nutteloos. Ik wilde graag iets doen. Gelukkig kon dat, ook al ben ik nog jong.”

 

Margriet van Veen (70), voormalig gastvrouw theater, vrijwilliger kringloopwinkel

Wat heeft u gedaan voor de vluchtelingen?
“Ik heb ongeveer een half jaar lang twee dagdelen per week geholpen bij de kledinguitgifte van het Rode Kruis. Eerst maakten we pakketten van alle ingezamelde kleding, maar dat werkte niet. Wij bepalen toch ook zelf wat we aantrekken? Daarom hebben we later de vluchtelingen hun kleding zelf uit laten zoeken.”

Wat was uw motivatie?
“Ik hoorde via een kennis dat het Rode Kruis hulp nodig had. Waar problemen zijn, wil ik helpen, of het nou met geld is of met mijn handen. Ik vond het werk echt een verrijking. Ik hoop dat de vluchtelingen een goede indruk hebben gekregen van Nederland.”

 

Martine (38), gedragsspecialist in het onderwijs, en Guido Klaassen (41), technisch tekenaar (en hun vier kinderen van een, twee, negen en elf  jaar)

Wat hebben jullie gedaan voor de vluchtelingen?
Martine: “We hebben drie keer meegedaan aan een Meet & Eat. Daarbij kwamen vluchtelingengezinnen een middag en avond bij ons thuis. De kinderen speelden eerst samen buiten. De eerste keer was wel spannend, je hebt toch een taal- en cultuurbarrière. Dat wij kleine kinderen hebben, maakte het contact makkelijker.”
Guido: “Uiteindelijk kwamen hun verhalen vanzelf. Hun pijn komt dan ineens dichtbij. Het was fijn om iets voor ze te kunnen betekenen, om ze te kunnen steunen.”

Wat was jullie motivatie?
Guido: “We willen dat de vluchtelingen zich hier welkom voelen, maar tegelijk ook aan onze kinderen laten zien wat gastvrijheid betekent. We hebben uit onze christelijke achtergrond meegekregen dat je je moet bekommeren om de zwakkeren in de samenleving. Deze activiteit heeft ons verrijkt, maar ook de vluchtelingen waren dankbaar.”
Martine: “We beseffen goed dat wij maar een kleine schakel zijn in het leven van deze vluchtelingen. Om hun levens echt weer goed te maken, moet de oorlog daar opgelost worden. Dat kunnen wij ze helaas niet geven.”

 

Deel dit artikel